Van ‘ik ben weer mottig’ naar Hodgkin Lymphoma

Op mijn 24 trok ik met mijn toenmalige lief vier maanden met de rugzak door Azië.

Super spannend, want mijn fysiek is nooit mijn grootste talent geweest. Ik ben niet sportief, dus een rugzak van 10 kilo meesleuren was op zich al een uitdaging. Maar we deden het. We maakten een prachtige reis. Al had ik, zoals verwacht, geregeld last van vanalles: moe, spierpijn, ongemakkelijk… Ach ja.

“Ik ben weer mottig.”

Dat was zowat mijn standaardzin. Eigenlijk ook niet zo vreemd. Ik sport nooit, ik eet graag en veel, dus 1 + 1 = 2. Dan blink je fysiek niet bepaald uit.

Na een paar maanden begonnen de ruzies met mijn lief zich op te stapelen. Door verschillende redenen liep het helemaal mis. Onze laatste ruzie was er eentje te veel. Hij vertrok… en liet mij alleen achter in de Filipijnen. Op dat moment voelde ik mij ook écht ziek. Ik dacht: ziek, ledevede… Misschien iets verkeerd gegeten? Geen idee. Ik wou gewoon naar huis.

Ik geraakte gelukkig net op tijd terug voor de trouw van een vriendin. ’s Morgens ging ik haar haar nog opsteken. Met koorts. Steken in mijn zij. Zweetaanvallen. Maar ja… afspraak is afspraak.

Daarna gingen we nog gezellig lunchen. Ik vertelde honderduit over mijn avontuur. En natuurlijk ook hoe de liefde van mijn leven mij in de Filipijnen had achtergelaten. Heartbroken was ik. Echt waar.

Na de lunch ging ik naar huis om mij klaar te maken voor de trouw. Ik woonde toen op de tweede verdieping. Tegen dat ik boven was, was ik volledig buiten adem. Ik piepte. Ik reutelde terwijl ik sprak. Ik kreeg amper lucht.

Ik dacht: misschien toch eerst even langs het ziekenhuis… en dan kan ik daarna nog altijd naar de trouw.

Ik belde mijn mama. Alleen… mijn mama vierde die dag haar vijftigste verjaardag met haar zussen.

“Ja ja,” zei ze, tussen haar zussen door. “Ga maar naar het ziekenhuis.”

Op de huisartsenwachtpost stelden ze mij gerust. “We maken even een foto van uw longen, maar het zal wel stress zijn.”
Prima, dacht ik.

Tot ik terug binnen geroepen werd.

De dokteres, die ongeveer mijn leeftijd had, deed de deur dicht. Ze opende de envelop met de foto’s.

“Ga maar even zitten.”
“Ik zie iets.”
“Ah ja? Wat dan?”
“Dat weet ik eigenlijk niet.”

Mijn eerste vraag was niet: wat is het?
Mijn eerste vraag was:
“Moet ik mijn mama bellen?”
“Ja.”

Mijn mama kwam lichtjes aangeschoten van haar verjaardagsfeest naar het ziekenhuis gereden.
En daar viel voor het eerst het woord…

Tumor.

Ik weet nog dat een verpleegster zei:
“Wat het ook is, we gaan ertegen vechten.”

Huh?
Tumor?
Vechten?
Kanker?
Kwaadaardig?
Ik heb gewoon hartpijn.

Na een biopsie kwam de diagnose. Hodgkin lymfoom. Stadium 2B.

De dokter zei:
“Als je dan toch kanker moet hebben, is dit één van de best behandelbare vormen.”

Ik herinner mij vooral dat iedereen opgelucht leek. En ik dacht alleen maar:
Hoezo opgelucht?

Blijkbaar had het ook veel slechter kunnen zijn.

Nog voor de chemo zou starten…
Wacht. Chemo?

Dát was het moment waarop ik brak.
Al uitte zich dat op een heel vreemde manier. Ik stuurde mijn ouders de kamer uit. Iedereen werkte op mijn zenuwen. En ik begon random vrienden op te bellen.

Niet om over kanker te praten.
Wel om over mijn reis te vertellen. Over Azië. Over mijn avonturen.
Dat stukje over kanker liet ik gewoon achterwege. (Klein detail ;))

Zo heb ik dagen doorgebracht. Ik was net thuis. Ik wou gewoon vertellen over wat ik allemaal beleefd had. Maar daar was geen tijd voor.
De tumor was 16 centimeter groot en zat tussen mijn hart en mijn longen. Door de symptomen wilde mijn hematoloog zo snel mogelijk starten met chemo.
Dus ja…
Ik ging mijn haar verliezen.

Maar eerst…
“Sarina, wil je later mama worden?”
Euh… ja?
“Oke, dan starten we eerst een vruchtbaarheidstraject.”
Dus nog snel IVF.
Mijn emoties gingen compleet alle kanten op. De hormonen. De stress. Alles tegelijk.

En daarna begon de chemo.
De details bespaar ik jullie.
Pure ellende.

Na acht chemobehandelingen, telkens om de twee weken, volgden nog zestien bestralingen.
Daar had ik eerlijk gezegd enorm veel schrik voor.

Maar achteraf bekeken…
Een walk in the park, vergeleken met de chemotherapie.

Intussen zijn we elf jaar verder.
En toch voelt het soms alsof het gisteren was. Alsof het iemand anders overkwam. Alsof ik maandenlang onder invloed was van een of ander vreemd stofje en de ergste nachtmerrie beleefde, zonder dat ik ze echt bewust meemaakte.

Wat kanker mij heeft gegeven?
Dankbaarheid.
Voor dagen waarop je je goed voelt. Zelfzorg. En een gezonde dosis egoïsme.
Ik wil goed voor mezelf zorgen.

Mentaal.
Fysiek.
Financieel.

Ik wil dat mijn leven zo gemoedelijk mogelijk verloopt. En als daar dingen voor moeten wijken…
Dan is dat maar zo.

Want gezondheid is niet vanzelfsprekend. Dat weet ik ondertussen als geen ander.

Dankbaarheid is, na alles wat ik heb meegemaakt, het grootste cadeau dat kanker mij hoe vreemd dat ook klinkt heeft achtergelaten.